Waarschuwings- en controlelampjes
Om te controleren of de waarschuwings- en controlelampjes het doen (je hebt zo weinig aan een waarschuwingslampje als het lampje zelf kapot is) moet je bij het omdraaien van de contactsleutel deze niet helemaal doordraaien, maar in de één na laatste stand laten staan. Zo zullen alle lampjes gaan branden.
1
Laadstroomcontrolelampje
7

Motortemperatuur
2
Waarschuwingslampje elektrisch systeem motor
8
Waarschuwingslampje aanvullend veiligheidssysteem
3
Waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging
9
Waarschuwingslampje brandstoffilter
4
Waarschuwingslampje remsysteem
10
Waarschuwingslampje laag motoroliepeil
5
Waarschuwingslampje lage oliedruk
11
Waarschuwingslampje laag brandstofniveau
6
Waarschuwingslampje ABS  
Waarschuwings- en controlelampjes (niet zichtbaar op foto)
*
Waarschuwingslampje VSC/anti-
doorslipregeling
*
Controlelampje mistlampen voor
*
Waarschuwingslampje open portier/achterklep
*
Controlelampje mistachterlicht
*
Controlelampje parkeerverlichting
*
Controlelampje antidoorslipregeling
*
Controlelampje grootlicht
*
Waarschuwingslampje antidoorslipregeling UIT
*
Controlelampje richtingaanwijzers
*
Controlelampje voorgloeien
Nu je weet wat de diverse lampjes betekenen is het natuurlijk ook makkelijk om te weten wat je moet doen als zo'n lampje daadwerkelijk gaat branden. Klik hier om verder te gaan