Waarschuwings- en controlelampjes
Om te controleren of de waarschuwings- en controlelampjes het doen (je hebt zo weinig aan een waarschuwingslampje als het lampje zelf kapot is) moet je bij het omdraaien van de contactsleutel deze niet helemaal doordraaien, maar in de één na laatste stand laten staan. Zo zullen alle lampjes gaan branden.
1
Waarschuwingslampje antiblokkeersysteem
9

Controlelampje mistachterlicht
2
Waarschuwingslampje airbagsysteem
10
Controlelampje mistlicht voor
3
Waarschuwingslampje luchtverontreiniging
11
Waarschuwingslampje laadstroomcircuit
4
Controlelampje richtingaanwijzers
12
Waarschuwingslampje autogordel
5
Waarschuwingslampje ESP/ASR 
13
Waarschuwingslampje remsysteem/handrem aan
6
Controlelampje cruisecontrol
14
Waarschuwingslampje motoroliedruk
7

Controlelampje groot licht
15
Passagiersairbag OFF
8
Controlelampje dimlicht
16
Waarschuwingslampje laag brandstofniveau
Verklaring nummers midden
17
Display oliepeil/boordcomputer
19
Waarschuwingslampje controle door RENAULT dealer
18   Display portieren/div. funkties (bandenspanning)
20
Waarschuwingslampje auto direct stoppen (zonder overig verkeer onnodig te hinderen)
Nu je weet wat de diverse lampjes betekenen is het natuurlijk ook makkelijk om te weten wat je moet doen als zo'n lampje daadwerkelijk gaat branden. Klik hier om verder te gaan