Waarschuwings-
en controlelampjes |
|||||
| Om te controleren of de waarschuwings- en controlelampjes het doen (je hebt zo weinig aan een waarschuwingslampje als het lampje zelf kapot is) moet je bij het omdraaien van de contactsleutel deze niet helemaal doordraaien, maar in de één na laatste stand laten staan. Zo zullen alle lampjes gaan branden. | |||||
![]() |
|||||
| A |
|
Controlelamp opvriezen wegdek | G |
|
Controlelamp immobilisatiesysteem |
| B |
|
Controlelamp laadstroom | H |
|
Controlelamp remsysteem |
| C |
|
Controlelamp airbag/gordelslotspanner | I |
|
Controlelamp ABS |
| D |
|
Controlelamp oliedruk | J |
|
Controlelamp laag brandstofpeil |
E |
Controlelamp maximum motortoerental | K |
Controlelamp motor | ||
F |
Controlelamp richtingaanwijzers | ||||
| Verklaring
nummers (deze waarschuwings- en controlelampjes zijn niet te zien als je contact aanzet) |
|||||
| 1 |
|
Mistlampen | 5 |
|
Controlelamp grootlicht |
| 2 |
Controlelamp veiligheidsgordels | 6 |
Controlelamp ESP | ||
| 3 |
Controlelamp koplampen | 7 |
Mistachterlichten | ||
| 4 |
Controlelamp storing motorsystemen | 8 |
Controlelamp automatische snelheidsregeling | ||
| Nu
je weet wat de diverse lampjes betekenen is het natuurlijk ook makkelijk
om te weten wat je moet doen als zo'n lampje daadwerkelijk gaat branden.
Klik
hier om verder te gaan |
|||||